Wat leren we van de droogte in 2018?

In opdracht van het ministerie van IenW hebben Berenschot en Arcadis een evaluatie uitgevoerd naar de crisisbeheersing van het watertekort in 2018. Het betrof een integrale evaluatie van de crisisbeheersing zoals geleverd werd door alle betrokken organisaties (zowel organisaties binnen IenW als buiten IenW). De minister van IenW heeft het rapport met een begeleidende brief aangeboden aan de Tweede Kamer.

Doel van de evaluatie was aan de hand van het functioneren van de crisisorganisatie te bezien of verbeteringen/aanpassingen nodig zijn in de samenwerking tussen de betrokken partijen en in het bijzonder in het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte.

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar alle feitelijke gebeurtenissen tijdens deze crisisbeheersing, die lokaal, regionaal, departementaal en nationaal speelden. Hiervoor zijn documenten en informatiesystemen geraadpleegd, interviews gehouden en een online enquête waar 225 mensen aan hebben deelgenomen. Op basis van dit zogenaamde feitenrelaas is een reconstructie opgesteld.

Door de reconstructie naast de vastgelegde procedures en werkwijzen in hand- en draaiboeken te leggen kon een analyse uitgevoerd worden. De reconstructie en de analyse werden in evaluatiebijeenkomsten aan betrokkenen voorgelegd. Hiermee werd de reconstructie getoetst en de analyse aangevuld. Ook werden in deze evaluatiebijeenkomsten leerpunten verzameld.

Daarna konden de zgn. bevindingen worden opgesteld, conclusies worden getrokken en aanbevelingen worden gedaan. Om de onafhankelijkheid van de evaluatie te waarborgen zijn de getrokken conclusies en gedane aanbevelingen het exclusieve domein van de twee externe partijen Berenschot en Arcadis.

De belangrijkste conclusie is: De landelijke crisisorganisatie waterverdeling en droogte heeft succesvol en in goede samenwerking geopereerd

Wel zijn er enkele aandachtspunten gesignaleerd:

  • De versnipperde en vertraagde informatie-uitwisseling maakte de besluitvorming minder doelmatig op uitvoerend niveau.

  • De crisisorganisatie maakt onvoldoende gebruik van relevante maatschappelijke partijen bij het in kaart brengen van maatschappelijke effecten van watertekorten en droogte.

  • De verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden (binnen de crisisorganisatie) in het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte is deels onbekend en complex en laat in de verschillende hand- en draaiboeken overlap en onderlinge strijdigheid zien.

  • De respons is vooral gericht op waterverdeling. De respons op droogte-effecten is onvoldoende geborgd in de landelijke crisisorganisatie waterverdeling en droogte.

  • In de landelijke crisiscommunicatie was te weinig aandacht voor de regionaal uiteenlopende effecten van watertekort en droogte.


De volgende aanbevelingen worden gedaan:

  1. Verbeter het informatiemanagement bij de beheersing van watertekort en droogte.
  2. Vergroot de bekendheid met de rol- en taakverdeling van crisisteams bij waterbeheerders en zeker bij maatschappelijke partijen, bijvoorbeeld door meer bekendheid te geven aan het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte.
  3. Zorg binnen de crisisorganisatie voor een goede afstemming tussen de generieke crisiskolom, de crisiskolom IenW en de crisiskolom waterverdeling en droogte. Maak de koppelvlakken tussen deze crisiskolommen expliciet in het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte.
  4. Breng de personele capaciteit van de crisisorganisatie op niveau voor een zich langzaam ontwikkelende en lang durende crises.
  5. Ontwikkel de crisiscommunicatie verder.