
Droogte vraagt om samenwerking en daadkracht
Van dreigend naar feitelijk watertekort
De zomer van 2026 stond in het teken van een uitzonderlijk droge periode. Lage rivierafvoeren, dalende grondwaterstanden en toenemende verzilting zetten natuur, landbouw, scheepvaart, industrie en de beschikbaarheid van zoet water onder druk. Op sommige momenten werden zelfs recordlage afvoeren van de Rijn gemeten, een van de belangrijkste bronnen van zoet water voor Nederland.
Dreigend watertekort
Op 1 juli kwam de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) bijeen vanwege de aanhoudende droogte. Op basis van de lage afvoeren van Rijn en Maas adviseerde de LCW om op te schalen naar niveau 1: dreigend watertekort.
De eerste gevolgen voor scheepvaart, natuur, landbouw en bedrijven werden zichtbaar. Waterbeheerders en Rijkswaterstaat namen maatregelen om water langer vast te houden en te voorkomen dat zout zeewater verder landinwaarts kon doordringen.
Feitelijk watertekort
Half juli verslechterde de situatie verder. Het landelijke neerslagtekort behoorde tot de vijf procent droogste jaren ooit gemeten en de afvoer van de Rijn daalde naar een uitzonderlijk laag niveau. De effecten op waterbeheer, scheepvaart en zoetwaterbeschikbaarheid namen toe.
Op advies van de LCW werd daarom opgeschaald naar niveau 2: feitelijk watertekort. Op 16 juli kwam het Managementteam Watertekorten (MTW) bijeen om de situatie te bespreken en maatregelen af te stemmen. Het DCC-IenW ondersteunde en coördineerde het MTW en zorgde voor verbinding tussen de betrokken partners.

Beeld: © RWS / RWS site
De Waal
Samen werken aan oplossingen
Tijdens de droge zomer kwamen LCW en MTW regelmatig bijeen om nieuwe ontwikkelingen te beoordelen en passende maatregelen te bespreken. Op regionaal niveau werden op grote schaal gestuurd op een zo efficiënt mogelijk gebruik van het beschikbare zoete water.
Zo werd water vastgehouden in het IJsselmeer en Markermeer, werden sluizen waar mogelijk waterzuinig bediend en werden noodpompen voorbereid voor onder meer het Kanaal Gent-Terneuzen en de Stenen Beer bij Muiden. De waterbeheerders hielden kwetsbare natuurgebieden, dijken en watergangen extra scherp in de gaten.
Ook werden scenario's uitgewerkt voor mogelijke verdere verslechtering van de situatie, waarbij bijzondere aandacht uitging naar verzilting in West-Nederland, het IJsselmeergebied en de bevaarbaarheid van belangrijke vaarwegen.
Voorzichtig herstel
Eind augustus bracht neerslag op verschillende plaatsen in het land enige verlichting. De rivierafvoeren en grondwaterstanden lieten voorzichtig herstel zien, al bleven de watersystemen kwetsbaar.
Begin september werd daarom, op advies van de LCW en na beraad in het MTW, afgeschaald naar niveau 1: dreigend watertekort. Hoewel er geen landelijke strategische waterverdelingsvraagstukken meer werden voorzien, bleef verhoogde aandacht noodzakelijk vanwege onder meer verzilting en de nog altijd lage grondwaterstanden.
Samenwerking tussen landelijke en regionale partners
De droogteperiode liet opnieuw zien hoe belangrijk samenwerking is tussen landelijke en regionale partners. Dankzij tijdige opschaling, gezamenlijke beeldvorming en voortdurende afstemming konden maatregelen snel worden genomen en bleef de situatie beheersbaar.
Actuele informatie over de droogtesituatie is te vinden via de Droogtemonitor van Rijkswaterstaat.