
“De crisis van vandaag is geen momentopname”
Crises veranderen en onze aanpak verandert mee
Crisisbeheersing richtte zich lange tijd op flitsrampen: plotselinge gebeurtenissen met een duidelijk begin en einde. Tegenwoordig zien we een verschuiving naar crises die zich geleidelijk ontwikkelen en langer aanhouden, waarbij geopolitieke spanningen en nationale belangen steeds nadrukkelijker een rol spelen. Als Hoofd van het DCC-IenW ziet Job Kramer van dichtbij hoe de aard van crises verandert. Dit vraagt om een andere manier van kijken, denken en handelen.
Voor het domein van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) betekent dit dat de impact veelzijdig is en zich vaak bevindt op het snijvlak van beleid en crisisbeheersing. Dat maakt het complex, maar ook des te relevanter. We zagen dit bij maritieme incidenten in 2025, waarbij Nederlands gevlagde schepen in de problemen kwamen. Maar ook recent, dichter bij huis binnen het Koninkrijk, bij de situatie in het Caribisch gebied na de inval van de Verenigde Staten in Venezuela. De eilanden Aruba, Curaçao en Bonaire werden geconfronteerd met onzekerheid over veiligheid en continuïteit, doordat luchtruim en zeeroutes niet langer vanzelfsprekend toegankelijk waren. Vraagstukken met potentieel grote impact op een relatief klein, maar essentieel deel van ons Koninkrijk.
Tegelijkertijd lijken andere dreigingen soms even snel uit beeld te verdwijnen als ze opkomen. Rond de jaarwisseling maakten we ons nog grote zorgen over ongewenste drones boven Nederland. Inmiddels zijn deze grotendeels uit het mediabeeld verdwenen, maar dat betekent niet dat het onderliggende vraagstuk is opgelost.
Ook de situatie in het Midden-Oosten laat zien hoe verweven mondiale ontwikkelingen zijn met onze nationale belangen. De spanningen en escalaties in de regio hebben directe gevolgen voor energieprijzen, beschikbaarheid van grondstoffen en internationale transportstromen. Zo zorgen verstoringen rond cruciale vaarroutes zoals de Straat van Hormuz voor stijgende olie- en gasprijzen, met directe effecten op de Nederlandse economie en energierekeningen . Daarnaast zien we beperkingen in het luchtruim, stijgende brandstofkosten in de luchtvaart en toenemende druk op maritieme routes . Dit raakt het IenW-domein in de volle breedte.
"Als Hoofd van het DCC-IenW zie ik dat crises steeds minder zwart-wit zijn; ze ontwikkelen zich geleidelijk en vragen continu om duiding en afstemming."
Is het een crisis of niet?
Een vraag die regelmatig gesteld wordt. Het antwoord hangt sterk af van het perspectief dat je kiest. Voor mensen in het Midden-Oosten is onmiskenbaar sprake van een crisis, met grote impact op het dagelijks leven. In Nederland is er (nog) geen sprake van een situatie die vraagt om volledige activering van de nationale crisisstructuur. Maar dat betekent niet dat de impact hier gering is.
Integendeel. We zien effecten op meerdere fronten: stijgende brandstofprijzen aan de pomp, mogelijke schaarste aan energie, verstoringen in lucht- en scheepvaart, zorgen over de veiligheid van Nederlands gevlagde schepen, en maatschappelijke onrust. Ook risico’s met een internationale uitstraling – zoals nucleaire dreigingen – spelen op de achtergrond mee. Het zijn ontwikkelingen die misschien niet altijd zichtbaar zijn als ‘crisis’, maar die wel degelijk onze nationale belangen raken.
Samenbrengen en verbinden
Juist in deze context is het waardevol om te zien hoe we binnen IenW verschillende perspectieven en disciplines bij elkaar brengen. De kracht van de crisisstructuur - domein-overstijgend, wendbaar en 24/7 beschikbaar - combineren we met de inhoudelijke expertise en sturingslijnen van de beleidsafdelingen.
Dat vraagt flexibiliteit. Niet alles past binnen bestaande structuren of vooraf uitgedachte scenario’s. Maar door samen op te trekken, versterken we ons vermogen om met deze nieuwe generatie vraagstukken om te gaan.
Daarmee bouwen we aan een stevige basis voor de toekomst. Voor het geval verdere escalatie zich aandient - wat we uiteraard hopen te voorkomen.