Dierziekten zijn besmettelijke aandoeningen bij wilde of gehouden dieren. Zij kunnen gevolgen hebben voor dierenwelzijn, natuur, waterbeheer, transport en in sommige gevallen ook voor de volksgezondheid.
Bij dierziekten ligt de primaire verantwoordelijkheid voor detectie en bestrijding bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het ministerie van IenW is niet eerstverantwoordelijk, maar kan wel worden geraakt wanneer maatregelen of gevolgen doorwerken in mobiliteit, waterbeheer, natuur of infrastructuur.
Belang van crisisbeheersing
Uitbraken van dierziekten kunnen leiden tot vervoersverboden, gebiedsbeperkingen en verstoringen in verschillende sectoren. Ook kunnen gevolgen ontstaan voor vaarwegen, waterbeheer, terreinen en de uitvoering van toezicht en handhaving.
Daarom is het belangrijk dat IenW goed aangesloten is op de crisisstructuur rond dierziekten en tijdig zicht heeft op de gevolgen voor de eigen beleidsvelden en uitvoeringsorganisaties.
Risico’s voor IenW
Dierziekten kunnen voor IenW onder andere gevolgen hebben op de volgende terreinen:
-
vervoersverboden of gebiedsbeperkingen over weg, spoor, lucht en water
-
verstoringen bij natuur-, terrein- en waterbeheer
-
risico’s voor oppervlaktewater en waterkwaliteit
-
inzet van infrastructuurbeheerders of toezichthouders bij maatregelen
-
maatschappelijke en bestuurlijke onrust bij grootschalige uitbraken
Voorbeelden van situaties waarbij IenW betrokken kan raken zijn:
-
een uitbraak van vogelgriep met gevolgen voor vaarwegen, wateren en terreinbeheer
-
vervoersverboden bij veterinaire uitbraken zoals MKZ of varkenspest
-
grootschalige vondsten van dode dieren in of nabij wateren
-
ondersteuningsverzoeken aan ILT of Rijkswaterstaat bij gebiedsmaatregelen
-
dierziekte-uitbraken met mogelijke gevolgen voor waterkwaliteit of natuurbeheer
Vogelgriep
Vogelgriep komt regelmatig voor in Nederland, vooral in het najaar en de winter. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen laag pathogene en hoog pathogene varianten. Vooral de hoog pathogene variant kan leiden tot ernstige ziekte en sterfte onder vogels en tot ingrijpende maatregelen om verdere verspreiding te voorkomen.
Binnen het IenW-domein kunnen onder andere Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies en gemeenten betrokken raken, bijvoorbeeld wanneer dode vogels worden aangetroffen in of nabij wateren, vaarwegen of terreinen.
Rol van het DCC-IenW
Het DCC-IenW zorgt ervoor dat het ministerie tijdig wordt geïnformeerd over dierziekte-uitbraken die relevant zijn voor het IenW-domein.
Het DCC-IenW ondersteunt onder andere door:
-
het verzamelen en duiden van informatie
-
het informeren van betrokken directies en uitvoeringsorganisaties
-
afstemming met departementale en nationale crisispartners
-
signalering van gevolgen voor waterbeheer, infrastructuur en mobiliteit
Betrokken organisaties
Bij dierziekten werken verschillende organisaties samen.
Ministerie van LVVN
LVVN is eerstverantwoordelijk voor het beleid en de crisisaanpak bij dierziekten.
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
De NVWA is een belangrijke uitvoeringsorganisatie bij uitbraken en maatregelen.
Rijkswaterstaat
Rijkswaterstaat kan betrokken zijn bij meldingen, waterbeheer en terreinbeheer.
Waterschappen
Waterschappen kunnen betrokken zijn wanneer dierziekten gevolgen hebben voor regionale watersystemen.
ILT
ILT kan in uitzonderlijke gevallen ondersteuning bieden bij toezicht of handhaving van vervoersmaatregelen.
Relevante wet- en regelgeving
Voor dierziekten zijn onder meer de volgende wetten en kaders relevant:
-
Wet dieren
-
Europese Diergezondheidsverordening
-
relevante beleidsdraaiboeken en uitvoeringsdraaiboeken voor dierziekten
-
Zoönosestructuur, wanneer sprake is van overdracht naar mensen
Relevante websites
-
NVWA – dierziekten
-
Rijksoverheid – diergezondheid
-
One Health / zoönosenstructuur