In bepaalde situaties kan het nodig zijn om het luchtruim boven (een deel van) Nederland tijdelijk te sluiten of te beperken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij veiligheidsincidenten, bomruimingen uit de Tweede Wereldoorlog, politieoperaties of grote evenementen.

Op grond van artikel 5.10 van de Wet luchtvaart kan de minister of staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat besluiten het burgerluchtverkeer boven een bepaald gebied tijdelijk of permanent te beperken of te verbieden.

Het DCC-IenW speelt een belangrijke rol bij de coördinatie van aanvragen voor luchtruimsluiting en bij spoedsituaties.

Voorbereiding van een luchtruimsluiting

Een regeling voor luchtruimsluiting wordt voorbereid door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) – Luchtvaart.

Bij verschillende situaties kan een tijdelijke beperking van het luchtruim nodig zijn, bijvoorbeeld:

  • bij bomruimingen

  • tijdens politie- of veiligheidsoperaties

  • bij grote evenementen

  • bij inzet van politiehelikopters of cameravliegtuigen

Bij dergelijke situaties zijn vaak meerdere partijen betrokken bij de voorbereiding. Het DCC-IenW fungeert voor het ministerie als centraal loket en zorgt ervoor dat aanvragen worden opgepakt en afgestemd met betrokken organisaties. In spoedsituaties kan het DCC-IenW de procedure versnellen.

Aanvraagprocedure

Een aanvraag tot sluiting van (een deel van) het Nederlandse luchtruim wordt ingediend bij de Luchtvaartpolitie op Schiphol-Oost. De aanvraag wordt vervolgens doorgestuurd naar het DCC-IenW voor verdere afhandeling.

Het DCC-IenW stemt daarbij af met andere:

  • Inspectie Leefomgeving en Transport – Luchtvaart (ILT)

  • Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM) wanneer militair luchtruim betrokken is

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen wanneer deze afkomstig is van:

  • de burgemeester van de betrokken gemeente, of

  • het ministerieel driehoeksoverleg (Defensie, Justitie en Veiligheid en Infrastructuur en Waterstaat).

Inhoud van een aanvraag

Een aanvraag voor luchtruimsluiting moet in ieder geval de volgende informatie bevatten:

  • wie de sluiting aanvraagt

  • datum en tijdstip van de sluiting

  • locatie, straal en hoogte van het af te sluiten luchtruim

  • reden van de sluiting (bijvoorbeeld bomruiming of veiligheidsmaatregel)

  • of het civiel of militair luchtruim betreft

  • of andere mobiliteitsnetwerken betrokken zijn (zoals spoor, wegen of vaarwegen)

  • of het een bijzonder vlieggebied betreft

NOTAM (Notice to Airmen)

Wanneer een luchtruimsluiting wordt vastgesteld, wordt dit bekendgemaakt via een NOTAM (Notice to Airmen). Dit is een internationaal bericht dat piloten informeert over tijdelijke wijzigingen of beperkingen in het luchtruim.

Een NOTAM bevat onder andere:

  • de locatie van de beperking

  • het tijdstip waarop de maatregel ingaat

  • de hoogte waarvoor de maatregel geldt

  • een beschrijving van de situatie

Piloten controleren vóór iedere vlucht de relevante NOTAM-berichten om te bepalen of hun route moet worden aangepast.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) stelt de regeling op die als basis dient voor de NOTAM en informeert de aanvrager hierover.

Publicatie

Wanneer er voldoende tijd is tussen de aanvraag en de ingangsdatum van de luchtruimsluiting, wordt een regeling opgesteld door de Inspectie Leefomgeving en Transport – Luchtvaart.

De conceptregeling wordt ter ondertekening voorgelegd aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en vervolgens gepubliceerd in de Staatscourant.