Veilige scheepvaart en goed functionerende havens zijn essentieel voor de Nederlandse economie en samenleving. Dagelijks varen duizenden schepen door Nederlandse wateren en doen internationale handelsstromen onze havens aan. Incidenten op zee of in havens kunnen grote gevolgen hebben voor veiligheid, milieu en economie.
Het maritieme domein kent een grote verscheidenheid aan risico’s. Denk aan brand aan boord van een schip, aanvaringen, lekkages van gevaarlijke stoffen of verstoringen van de scheepvaart. Ook geopolitieke spanningen en veiligheidsdreigingen kunnen invloed hebben op de veiligheid van schepen en bemanningen.
Omdat incidenten op zee vaak plaatsvinden op grote afstand en met beperkte informatie, vraagt maritieme crisisbeheersing om snelle afstemming en intensieve samenwerking tussen verschillende organisaties.
Rol van het ministerie
Het ministerie is verantwoordelijk voor het beleid rond veilige en goed functionerende zee- en binnenvaart, havens en vaarwegen. Het ministerie werkt samen met verschillende uitvoeringsorganisaties en partners om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen en incidenten op zee of in havens effectief te kunnen aanpakken.
Wanneer zich een incident voordoet met mogelijke gevolgen voor het IenW-domein, ondersteunt het ministerie de besluitvorming en wordt samengewerkt met partners binnen de maritieme sector en de nationale crisisstructuur.
Belang van crisisbeheersing
Bij maritieme incidenten wordt vaak eerst gekeken of sprake is van een ongeval (safety) of een dreiging met opzet (security). Een technisch incident, zoals brand of een lekkage, vraagt om een andere aanpak dan bijvoorbeeld sabotage, piraterij of geopolitieke spanningen op zee.
Ook de locatie speelt een belangrijke rol. Internationale wateren en buitenlandse territoriale wateren kennen andere wet- en regelgeving, waardoor samenwerking met buitenlandse autoriteiten of internationale organisaties nodig kan zijn.
Incidenten op zee kunnen variëren van een technisch probleem aan boord tot een grote maritieme crisis. Voorbeelden zijn brand aan boord van een schip, aanvaringen, verstoringen van scheepvaartverkeer of incidenten met gevaarlijke stoffen.
Bij grotere incidenten werken organisaties nauw samen om de situatie te beheersen. Afhankelijk van de situatie kan de crisisorganisatie van het ministerie worden opgeschaald en wordt samengewerkt met partners binnen de nationale crisisstructuur.
Rol van het DCC-IenW
Het DCC-IenW volgt ontwikkelingen binnen het maritieme domein en ondersteunt het ministerie bij incidenten en crises waarbij scheepvaart of havens betrokken zijn.
Het DCC-IenW zorgt onder andere voor:
-
het verzamelen en duiden van informatie van betrokken organisaties
-
het informeren van bestuur en beleidsdirecties binnen het ministerie
-
het organiseren van crisisoverleggen en afstemming met partners
-
het verbinden van organisaties binnen en buiten het ministerie
-
het voorbereiden van eventuele opschaling binnen de nationale crisisstructuur
Door deze coördinatie blijft het ministerie goed geïnformeerd en kan besluitvorming snel en zorgvuldig plaatsvinden.
Betrokken organisaties
Bij incidenten in het maritieme domein zijn verschillende organisaties betrokken.
Rijkswaterstaat
Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het beheer van het hoofdvaarwegennet en begeleidt de scheepvaart op belangrijke vaarwegen. Bij incidenten kan Rijkswaterstaat onder andere zorgen voor verkeersbegeleiding, informatievoorziening en het beperken van verstoringen voor de scheepvaart.
Kustwacht Nederland
De Kustwacht coördineert verschillende taken op zee, waaronder verkeersbegeleiding, handhaving en Search and Rescue-operaties. Bij incidenten op zee speelt de Kustwacht een centrale rol in de operationele coördinatie.
Havenbedrijven en veiligheidsregio’s
In en rond havens zijn havenautoriteiten, veiligheidsregio’s en hulpdiensten verantwoordelijk voor de lokale crisisbestrijding en het beperken van gevolgen voor omgeving en scheepvaart.
Daarnaast kunnen ook internationale partners, andere ministeries en buitenlandse autoriteiten betrokken zijn, afhankelijk van de locatie en aard van het incident.
