Steeds meer satellieten en andere ruimteobjecten bevinden zich in een baan rond de aarde. Af en toe keren onderdelen van deze objecten terug in de atmosfeer. Dit wordt ook wel een re-entry genoemd.

In de meeste gevallen verbranden ruimteobjecten volledig bij terugkeer in de atmosfeer. Soms kunnen echter onderdelen van een satelliet of ruimtecapsule de aarde bereiken. Hoewel de kans op schade zeer klein is, kunnen deze situaties gevolgen hebben voor bijvoorbeeld luchtvaart, infrastructuur of veiligheid.

Daarom worden dergelijke gebeurtenissen internationaal nauwlettend gemonitord.

Waarom is crisisbeheersing belangrijk?

Ruimtevaart speelt een steeds grotere rol in onze samenleving. Satellieten ondersteunen onder andere navigatie, communicatie, weersvoorspellingen en aardobservatie.

Wanneer ruimteobjecten ongecontroleerd terugkeren naar de aarde kan dit risico’s opleveren, bijvoorbeeld voor:

  • luchtvaart

  • scheepvaart

  • bevolkte gebieden

  • kritieke infrastructuur

Hoewel de kans op impact meestal klein is, vraagt dit om goede monitoring en samenwerking tussen nationale en internationale organisaties.

Samenwerking bij re-entry

Wanneer een ruimteobject ongecontroleerd terugkeert in de atmosfeer wordt informatie gedeeld tussen verschillende nationale en internationale organisaties.

Afhankelijk van de situatie wordt gekeken naar:

  • het type ruimteobject

  • de mogelijke locatie van terugkeer

  • het risico voor luchtvaart of andere sectoren

  • de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen

Bij mogelijke risico’s voor luchtvaart of andere sectoren kunnen waarschuwingen of operationele maatregelen worden genomen.

De meeste re-entry’s verlopen zonder gevolgen voor Nederland, maar monitoring en afstemming zorgen ervoor dat partners voorbereid zijn wanneer een risico zich voordoet.

Betrokken organisaties

Nationaal Crisiscentrum (NCC)
Het NCC coördineert de nationale crisisstructuur wanneer meerdere ministeries betrokken zijn.

Defensie en het Defence Space Security Center
Deze organisaties monitoren ruimteobjecten en analyseren mogelijke risico’s.