De kans op een ongeval bij een kerncentrale in Nederland is klein. Dat is onder meer te danken aan de deskundigheid in de nucleaire sector en de inspanningen die op internationaal en nationaal niveau worden geleverd om een hoog veiligheidsniveau te realiseren. In Nederland is de minister van IenW verantwoordelijk voor de voorbereiding en respons op stralingsongevallen en/of kernongevallen bij onder andere kerncentrales en satellieten met een kernreactor. Dit is zo geregeld in de Kernenergiewet (KeW). Onder de KeW is de minister ook verantwoordelijk voor de besluitvorming over straling gerelateerde crisismaatregelen. Verder is zij bevoegd om crisisbesluiten te nemen op de andere beleidsdomeinen van IenW (zoals bodem, afval, drinkwater, luchtvaart, weg- en watervervoer en oppervlaktewater).

A en B objecten

In Nederland is het onderscheid gemaakt tussen ongevallen met categorie A- en B-objecten.

  • A-objecten zijn de onder andere kerncentrales en satellieten met een kernreactor.
    Een ongeval met een categorie A-object kan regio overstijgende gevolgen hebben (een ongeval van meer dan plaatselijke betekenis).
     
  • B- objecten zijn bijvoorbeeld röntgenapparatuur en medische toepassingen.
    Een ongeval met een categorie B-object is een stralingsongeval met lokale effecten (een ongeval van niet meer dan plaatselijke betekenis) en gemeentelijke of regionale coördinatie.

Het Crisisplan Stralingsincidenten

Het Nationaal Crisisplan Stralingsincidenten (NCS) beschrijft de organisatie voor de crisisbeheersing bij stralingsincidenten. Het DCC-IenW beheert dit plan.

Het plan omvat onder meer:

  • de planning van trainingen en oefeningen;
  • kwaliteitsmanagement van het plan en de planning;
  • de inrichting van beschikbare capaciteiten en het actualiseren van beleidsdocumenten.

De rol van het DCC-IenW

Het DCC–IenW is belast met zowel de voorbereiding als de respons bij stralingsincidenten en kernongevallen bij A-objecten. Dit doet het DCC-IenW onder andere door:

  • het beheer van de departementale en interdepartementale crisisstructuur;
  • de aansluiting van het nucleaire crisisbeheersing dossier op de algemene nationale crisisstructuur;
  • de aansluiting op de specifieke kennis- en adviesstructuur voor stralingsincidenten zoals deze aanwezig is nationaal en internationaal.

Bij een stralingsincident vervult het DCC-IenW een coördinerende rol bij de informatievoorziening en afstemming op de IenW beleidsdomeinen. Verder neemt het DCC-IenW als beleidsadviseur deel aan het Informatie Team (IT) bij het Nationaal Crisiscentrum (NCC) en organiseert het de nationale vraagregie van en naar het Crisis Expert Team (CETsn). De vraagregisseur coördineert de vragen ten behoeve van de crisisbestrijding. Bij landelijke opschaling zorgt de vraagregisseur ervoor dat ook de vragen uit de regio bij het kennisnetwerk gesteld worden. Bij een bovenregionale crisis is de bronregio verantwoordelijk voor coördinatie van de vragen uit de andere regio’s.

Ook verzorgt DCC- IenW de informatievoorziening naar het NCC, en naar de DCC’s van andere ministeries.

Het DCC-IenW werkt direct samen met de ANVS en met België en Duitsland voor grensoverschrijdende ongevallen en is internationaal actief bij de IAEA (IEC). Daarnaast is DCC-IenW het nationale aanspreekpunt voor RANET, de internationale vraagbaak voor nucleaire incidenten.

Lopende ontwikkelingen

  • In 2018 vond een Nationale Nucleaire Oefening (NNO) plaats. We zijn nu bezig met de evaluaties en de vervolgtrajecten;
  • Het Nationaal Crisisplan Stralingsincidenten wordt geactualiseerd. De lessen vanuit het NNO en het OVV-rapport Samenwerken aan nucleaire veiligheid worden hierin meegenomen.